4.9 C
Vledder
4 december 2020

Historie Vledder

Hoewel Vledder reeds in een akte uit 1402 wordt genoemd, gaat de historie van de plaats veel verder terug. Onderzoekingen op diverse vindplaatsen tonen aan dat er al bewoning is geweest in het Oud-Stenen tijdperk, zo ‘n 12.000 jaar geleden. Langs de weg Vledder-Vledderveen vond men resten van een rendierjagerskamp. Langs de as Vledder-Doldersum-Wateren zijn sporen van latere bewoning gevonden. De Tumuli (grafheuvels) langs de weg, “de Generaal” en de “Majoor”, dateren uit het middensteentijdperk, ongeveer 5.000 jaar geleden. In het wereldbekende kringgrep-urnenveld op het Koelingsveld van ± 3.000 jaar geleden werden in totaal 318 graven gevonden. Ook Vledder zelf moet al ver voor 1402 bewoond zijn geweest, getuige sporen van bewoning, aangetroffen op de Goorns, aan de rand (Brink) van de oude es: urnenscherven en paalsporen van woningen uit het jaar 700.

De structuur van het dorp Vledder was voor Drenthe vrij uniek, Vledder had n.l. geen centrale brink, maar kende een snoer van bewoning met (waarschijnlijk) enige kleine brinken, waarbij het snoer zelf een kring vormde met daarbinnen een groot laaggelegen open gedeelte en een uitloper naar het Oosten (Oosteind). De bewoning Oosteind – De Hoek (vroeger de Achterstraat) was de oudste structuur, waaraan drie brinkjes lagen: Pruttelbrink aan het eind van het Oosteind, de Vreedebrink (Vreede betekent omheining/schutplaats) tussen Oosteind en de Hoek gelegen, en waarschijnlijk een nu verdwenen brink ten NW van de N.H. kerk. Later kwam er bewoning bij langs de huidige Dorpsstraat (vroeger Voorstraat) waardoor het kringesdorp ontstond met de zeer typische lege ruimte in ‘t midden. Waarschijnlijk was er aansluitend aan de Dorpsstraat nog een brinkje, ongeveer waar nu de hoek Pastorieweg – Schapendrift is: de Reutelbrink.

De huidige kleine brink bij het voorgedeelte van het gemeentehuis (uit 1903) is in wezen geen brink, maar een kruising van vijf wegen.

Op de Vreedebrink, nu Grote Brink geheten, werden vroeger de jaarmarkten gehouden. Van heinde en verre kwam men er om paarden, koeien of schapen te kopen. De laatste jaarmarkt in Vledder werd gehouden in 1922. De Brink is begroeid met gras en oude eikenbomen en was de natuurlijke ontmoetingsruimte.

De kerk

De Nederlands Hervormde Kerk van Vledder, de Johannes de Doper Kerk is een middeleeuwse zadeldakkerk, waarvan de toren dateert uit ca. 1350, het schip uit ca. 1450 en het koor uit ca. 1475. Normaal zou de bouw andersom plaatsvinden, in de volgorde koor, schip en toren. Daarom wordt verondersteld dat er al een houten voorganger stond die langzamerhand door een stenen versie is vervangen. De kerk is te bezichtigen. In de kerk bevindt zich het oudste doopvont van Drenthe, uit de elfde eeuw. Hij is gemaakt van Bentheimer zandsteen.

Bovenin de 28,5 meter hoge toren bevindt zich een klokkenstoel. De klok draagt het randschrift: “Deez klok roept u tot arbeid en rust maar ook tot bezinning in hoger leven”.

Made- en esgronden

De made- en esgronden bepaalden de agrarische ontwikkeling van een Drents esdorp. In eerste instantie werden de boerenbedrijven gesticht op de overgang van de beekdalgronden naar de hogere zandgronden. Veelal waren de beekdalgronden in gemeenschappelijk gebruik: de madegronden. Vroeger vaak nog verdeeld in “voor- ” en “achter- ” de “koehekken”. Vóór de koehekken kende enige private toedeling, achter de koehekken was altijd “gemene” (=gemeenschappelijke) grond: de madegronden.

Vledder es

De Vledder es aan de noordzijde van het dorp is ontstaan door eeuwenoud gebruik als akkergronden waarop vooral granen en veldvruchten (knollen) werden verbouwd, later ook aardappelen en bieten.

De vruchtbaarheid kregen deze gronden uit de mest die de koeien en schapen van de boerderij in de stallen produceerden. Daartoe werden de dieren in zgn. potstallen gehouden, waar strooisel de uitwerpselen en de urine moest vasthouden. Dit strooisel bestond uit heideplaggen of uit gedroogd veenmosveen, al naar voorhanden was. Gezien de grote veengebieden rond Vledder zal hier veelvuldig gebruik gemaakt zijn van veenmos/veenmosveen. Hierdoor wordt de es weliswaar minder sterk opgehoogd, maar het organisch stofgehalte van de bouwvoor wordt er zeer door verhoogd. De es was vroeger verdeeld in verschillende blokken die ook wel gewannen worden genoemd. Deze blokken, die ontstaan zijn uit de ontginning, waren verdeeld in percelen met fraaie namen als Wilde Rapel en Hemelse velden. De es van Vledder omvatte in 1642 nog 742 percelen. Door verkaveling zijn er dat nu een stuk minder. De es is nog steeds voor een groot deel in gebruik als bouwland.

Pieters Veentje

Het Pieters Veentje ligt in een laagte verscholen in de hoek van een oude eswal. Het aanliggende weiland ligt ook laag waardoor het vaak drassig is. Op oude kaarten is dit ven al te zien, veel groter en dieper, omgeven door de eswal en een aantal houtwallen die hier haaks op staan. Het veentje is genoemd naar de vroegere eigenaar. Achter het vennetje is de verhoging van de es goed te zien.

Arbeidskamp

Het voormalige Arbeidskamp Vledder is al voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd als werkverruimingskamp. Tijdens de oorlog werden er joodse werkloze mannen tewerkgesteld. In de omgeving moesten zij voornamelijk woeste grond ontginnen en zandwegen aanleggen en verbeteren. Later werden de mannen doorgestuurd naar kamp Westerbork en vandaar naar Bergen Belsen en Auschwitz. In september 1944 verliet een groep mannen het kamp om onder te duiken in een hol tussen Doldersum en Diever. Op 8 september1944 werden zij verraden en werden zeven van hen gefusilleerd.

Na de deportatie van de Joden werd het kamp een werkkamp van de NAD, de Nederlandse Arbeidsdienst. Nederlanders uit verschillende windstreken werden er gedwongen tewerkgesteld. Zij hebben veel grond ontgonnen, sloten en greppels gegraven, boomstronken en aardappels gerooid.

Na de oorlog is het kamp nog vele jaren gebruikt als kamp voor dienstweigeraars. De gebouwen zijn nu in gebruik bij o.a. de voetbalvereniging en de jeu de boules vereniging.

Korenmolen “De Poffert”

De laatste korenmolen van Vledder was tot de jaren ‘30 van de vorige eeuw nog in bedrijf. De huidige molen van Vledder is in 1968 gebouwd op de plaats waar vroegere korenmolens ongeveer hebben gestaan. De molen is gebouwd met onderdelen van twee Groninger molens: de onderbouw van een oude watermolen uit Kantens en de bovenbouw van een koren- en watermolen uit Vierverlaten . Het is een achtkante bovenkruier met stelling. De onderbouw is van hout en potdekselwerk, de achterkant is van hout en de kap is met riet gedekt. De molen is particulier eigendom en in gebruik als woonhuis.

S.J. van Royen en Lange Wanden

S.J. van Royen was de eerste burgemeester van Vledder (1764-1834), vandaar de ‘Van Royenlaan’. De Lange Wandenweg dankt zijn naam aan de voormalige akkers op de es. De percelen waren vrijwel gelijk van breedte en lagen evenwijdig naast elkaar. Een blok percelen werd een ‘wande’ genoemd.

In het verleden verbond een pad de dorpen Vledder en Vledderveen met elkaar. Dit historische pad had vroeger geen naam, maar heeft later de naam Lange Wanden gekregen. Een gedeelte van het oude pad is weer in zijn oorspronkelijke staat gebracht en loopt over grond van de gemeente en staatsbosbeheer. Dit ommetje kruist dat pad een paar keer.

Op de splitsing van de Van Royenlaan ziet u recht voor u een oud boerderijtje, waar vroeger een gezin met tien kinderen woonde. Tevens was het een compleet veehouderijbedrijf.

Het startpunt voor alle beschreven routes is het Lesturgeonplein, tussen De Tippe en de kerk in Vledder. Uiteraard kunt u de ommetjes ook op andere punten starten.

Verantwoording

Meerdere mensen uit Vledder en omgeving hebben in samenwerking met Dorpsbelang Vledder gewerkt aan de totstandkoming van deze Ommetjes.